De Belgische Fairness Tax: kroniek van een aangekondigde dood

Fairness Tax

Nadat het Europees Hof van Justitie (hierna: HvJ) zich op 17 mei 2017 had uitgesproken over de Fairness Tax, heeft ook het Belgisch Grondwettelijk Hof zich zéér recent - op 1 maart 2018 - uitgesproken over deze Fairness Tax. Het Grondwettelijk Hof heeft de oorspronkelijke bepalingen vernietigd van de wet van 30 juli 2013 die de ‘Fairness Tax’ heeft ingevoerd, maar handhaaft wel de gevolgen van de wet voor de aanslagjaren 2014 tot 2018 – met uitzondering van de bepalingen die strijdig zijn met de moeder-dochterrichtlijn m.b.t. wederuitgekeerde dividenden.

Intussen bereidt de regering een ontwerp van wet voor om de Fairness Tax op te heffen vanaf aanslagjaar 2019 (voor belastbare tijdperken die aanvangen vanaf 1 januari 2018).

Fairness Tax?

Met ingang van aanslagjaar 2014 werd de Fairness Tax geïntroduceerd in de Belgische vennootschapsbelasting en in de belasting van de niet-inwoners.

Het gaat om een aanvullende heffing van 5,15% die (grote) vennootschappen verschuldigd zijn op dividenduitkeringen die niet effectief belast worden door de toepassing van de aftrek voor risicokapitaal en/of de aftrek van overgedragen verliezen.

Met andere woorden, de Fairness Tax is/was enkel van toepassing als er dividenden worden uitgekeerd in combinatie met de aftrek voor risicokapitaal en/of aftrek van overgedragen verliezen. Deze afzonderlijke aanslag is/was zowel van toepassing op Belgische (grote) vennootschappen en Belgische vaste inrichtingen van buitenlandse vennootschappen en kreeg van bij de aanvang behoorlijk wat kritiek.

Al veel discussie over geweest…

De verenigbaarheid van de Fairness Tax met het Europees recht werd van meet af aan in vraag gesteld.

De Europese Commissie heeft in augustus 2014 al meegedeeld dat zij de Fairness Tax strijdig achtte met de Europese Moeder-Dochterrichtlijn. Ook door het Europese Hof van Justitie werd de Fairness Tax onder de loep genomen: in het kader van een verzoek tot nietigverklaring van de Fairness Tax, had het Belgische Grondwettelijk Hof drie prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie.

Volgens het arrest van het Europese Hof van Justitie van 17 mei 2017 was het feit dat dividenden die een Belgische vennootschap heeft ontvangen van haar dochter in een andere EU lidstaat zijn begrepen in de belastbare basis van de Fairness Tax bij wederuitkering in een later jaar door de Belgische vennootschap in strijd met artikel 4 van de Moeder-Dochterrichtlijn.

Het Belgisch Grondwettelijk Hof is vervolgens in haar arrest van 1 maart 2018 tot de conclusie gekomen dat de artikelen met betrekking tot de Fairness Tax moeten worden vernietigd. Het Grondwettelijk Hof vernietigde dan ook de bepalingen van de wet van 30 juli 2013 houdende diverse bepalingen die de ‘Fairness Tax’ heeft ingevoerd maar handhaaft wel de gevolgen van de wet voor de aanslagjaren 2014 tot 2018 (met uitzondering van de bepalingen die strijdig zijn met de Moeder-Dochterrichtlijn m.b.t. wederuitgekeerde dividenden).

Concreet wil dit zeggen dat de Fairness Tax rechtsgeldig toegepast wordt voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2018. In de mate dat de ‘tax’ echter betrekking heeft op wederuitgekeerde dividenden die binnen de werkingssfeer van de Moeder-Dochterrichtlijn vallen kan de ‘Fairness Tax’ m.b.t. deze wederuitgekeerde dividenden ook voor die aanslagjaren niet worden toegepast.

Terugvorderen?

Bedrijven kunnen de ingehouden Fairness Tax in principe niet terugvorderen, aangezien het Grondwettelijk Hof wel de gevolgen van de vernietigde bepalingen handhaaft voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2018. Maar voor Belgische vennootschappen die dividenden ontvingen van een buitenlandse dochter en die een jaar later op hun beurt weer uitgekeerd hebben aan hun aandeelhouders is er wel een uitzondering mogelijk: hier werd de drempel van de Moeder-Dochterrichtlijn van 5% overschreden en dat maakt het voor deze vennootschappen in die omstandigheden wél mogelijk om de Fairness Tax terug te vorderen.

Is dit nu het einde van een complex verhaal?

Zodra het voorontwerp van wet wordt goedgekeurd, zal de Fairness Tax voor de toekomst, (aanslagjaar 2019) en volgende), afgeschaft zijn.

De gevolgen van de wet voor de aanslagjaren 2014 tot 2018 blijven wel overeind – met uitzondering van de bepalingen die strijdig zijn met de Moeder-Dochterrichtlijn m.b.t. wederuitgekeerde dividenden.

Op deze manier komt er dus een roemloos einde aan een belasting die nooit had mogen bestaan. Weinigen zullen rouwen om het heengaan van een onwaarschijnlijk complexe belasting die - buiten kopzorgen voor fiscalisten - weinig heeft bijgebracht aan de initiële doelstelling van ‘faire belasting’.

Heeft u bij het voorgaande vragen en wil u bekijken of u voor een terugvordering van Fairness Tax uit het verleden in aanmerking komt? Aarzel niet met ons contact op te nemen.

Verder in deze editie van de KMO Flash: